Welke gebieden kun je bezoeken tijdens je rondreis?
1. Jutland (Jylland) – Het veelzijdige vasteland Jutland grenst aan Duitsland en is de grootste regio. Het is enorm afwisselend:
- West-Jutland: Bekend om de uitgestrekte, brede zandstranden, ruige duinen en het Nationaal Park Waddenzee. Perfect voor uitwaaien en watersport.
- Noord-Jutland: Het land van het bijzondere licht, geliefd bij kunstenaars. Helemaal in het topje (bij Skagen) kun je met één been in de Noordzee en het andere in de Oostzee staan; je ziet de golven hier letterlijk op elkaar botsen.
- Oost-Jutland: Hier vind je het Deense Merenhochland (rond Silkeborg) met dichte bossen en heuvels, ideaal voor kanoën en wandelen. Ook de bruisende, hippe stad Aarhus (de tweede stad van Denemarken) ligt hier.
- Zuid-Jutland: De regio vol historie, grensgeschiedenis én natuurlijk het wereldberoemde originele Legoland in Billund.
2. Funen (Fyn) – Het sprookjeseiland Funen ligt ingeklemd tussen Jutland en Seeland en wordt vaak de 'Tuin van Denemarken' genoemd. Het is een idyllisch, glooiend eiland met kronkelende landweggetjes, rietgedekte vakwerkhuizen en talloze landgoederen.
- Hier vind je Odense, de geboortestad van sprookjesschrijver Hans Christian Andersen.
- Funen is rijk aan kastelen, met als absoluut hoogtepunt het Egeskov Slot, een van de best bewaarde waterburchten van Europa.
3. Seeland (Sjælland) – Koninklijke kastelen en de hoofdstad Dit is het grootste eiland van Denemarken en het economische hart van het land, verbonden met Zweden via de beroemde Sontbrug.
- Kopenhagen: De levendige, kleurrijke hoofdstad die oud en hypermodern perfect combineert.
- Noord-Seeland: Ook wel de 'Deense Rivièra' genoemd. Je vindt hier chique badplaatsen, uitgestrekte bossen en beroemde koninklijke kastelen, zoals Kronborg (bekend van Shakespeare's Hamlet) en Frederiksborg.
- Roskilde: Bekend om de indrukwekkende kathedraal en het fantastische Vikingschepenmuseum.
4. Lolland, Falster en Møn – De Zuid-Deense eilanden Ten zuiden van Seeland liggen deze rustige, charmante eilanden. Het absolute hoogtepunt hier is Møns Klint: gigantische, hagelwitte krijtrotsen die meer dan 100 meter steil uit de azuurblauwe zee oprijzen. Een surrealistisch en adembenemend stukje natuur dat je niet in Denemarken zou verwachten.
5. Bornholm – Het zonne-eiland Dit eiland ligt een stuk verder naar het oosten in de Oostzee (onder de kust van Zweden) en is per veerboot te bereiken. Bornholm is uniek omdat het de enige plek in Denemarken is met een rotsachtige kustlijn. Het staat bekend om de meeste zonuren van het land, de karakteristieke ronde witte kerken, pittoreske vissersdorpjes en de traditionele visrokerijen waar je heerlijke haring kunt eten.
Tip voor je autorondreis: Omdat de afstanden in Denemarken goed te overzien zijn en Jutland, Funen en Seeland via gratis of tolbruggen met elkaar verbonden zijn, kun je in een rondreis van één à twee weken moeiteloos meerdere van deze gebieden combineren!